Kernkwadrantenoefening

Breng met deze oefening samen met je team de kernkwaliteiten in beeld en ook de daarbij behorende valkuilen, uitdagingen en allergieën.

Doe het volgende:

Ga na wat je sterkste kwaliteit is. Dit is je kernkwaliteit. Probeer deze zo kort en bondig mogelijk te formuleren (bijvoorbeeld flexibel, daadkrachtig of behulpzaam).

Iedere kernkwaliteit heeft een schaduwkant, een vervorming. Deze vervorming is niet het tegenovergestelde van je kernkwaliteit (zoals passief versus actief) maar het te ver doorschieten in de kernkwaliteit. Dus teveel van het goede. De vervorming van je kernkwaliteit is je valkuil.

Naast de valkuil geeft een kernkwaliteit een uitdaging aan. De uitdaging is dan het positief tegenovergestelde van de valkuil. Bij de valkuil drammerigheid hoort bijvoorbeeld de uitdaging geduld.

Meestal zijn de valkuil en de uitdaging de grootste bron voor conflicten met de omgeving. Je herkent je eigen kernkwaliteiten (en vervormingen) niet, maar ook niet de kernkwaliteiten van anderen. Het probleem is namelijk dat je vaak een allergie blijkt te hebben voor te veel van je eigen uitdaging – vooral als je die bij een andere persoon waarneemt. (een daadkrachtig persoon zal zich waarschijnlijk ergeren aan passiviteit, ook omdat passiviteit te veel van de eigen uitdaging geduld kan zijn).

 

Het komt regelmatig voor dat mensen met elkaar een ‘dubbelkwadrant’ vormen. Dat betekent dat de valkuil van de één de allergie is van de ander. Dit kan in de praktijk voor de nodige weerstand en onbegrip in de samenwerking zorgen. Totdat je je er van bewust wordt en doorziet waar de irritatie vandaan komt.

Schematisch ziet dat er als volgt uit:

 

Het maken van een dubbelkwadrant vereist dat je de persoon en gedrag los van elkaar leert zien. Daardoor kun je de kernkwaliteit achter iemands ‘negatieve’ gedrag makkelijker vinden. Je moet zoeken naar het positieve in de ander, ook al is de persoonlijke relatie slecht. Juist van een tegenpool kun je veel leren.

Het nuttige effect voor de manager is niet alleen dat je medewerkers veel meer begrip voor elkaar krijgen, maar dat je ook direct weet waarop je kunt coachen en je aandacht op moet richten. De kernkwaliteiten lopen van nature goed: als iemand daadkracht als kernkwaliteit heeft, hoeft zij door jou niet aangejaagd te worden. Bij haar uitdaging kan ze vaak wel jouw hulp gebruiken.

Het doen van deze oefening als team versterkt het onderling vertrouwen en het taboe om iemand aan te spreken op zijn gedrag is vaak verdwenen. Je begrijpt dat de vervorming van het gedrag voortkomt uit een positieve kernkwaliteit.

(Uit: Jan van Setten – Hoe krijg ik ze zover?)