Om te kunnen loslaten, heb je eerst te ontdekken wat je eigenlijk vasthoudt.

Geschreven door Gerry de Valk
Gepubliceerd op 7 september, 2018

“Ik denk dat ik op zoek moet naar een andere baan”, zegt ze tegen me. Ik vraag haar wat maakt dat ze dit zegt. “Nou ja, dat is duidelijk toch? Ik moet van de directeur dit coachingstraject doen want ze verwacht meer van me nu ik manager ben. Dat betekent natuurlijk in feite dat ze geen vertrouwen in mijn functioneren heeft.”

Ik vraag haar wat ze meer zou moeten gaan doen. Ze vertelt dat ze keihard werkt om alles bij te houden. Er komt iedere dag zoveel werk op haar af. Ze wil het graag goed doen en vindt het lastig om zich niet in details te verliezen. Bovendien zijn enkele collega’s slimmer en hebben meer ervaring dan zij heeft. Dat maakt haar onzeker. Helemaal als ze feedback krijgt en wordt gezegd dat ze iets niet goed heeft gedaan. Dan schiet ze compleet in een kramp.

Ze vertelt me hoe haar loopbaan tot nu toe is verlopen. Vanaf de middelbare school is ze zo’n beetje van het één in het ander gerold. Steeds was er weer een moment dat ze dacht: misschien moet ik eens iets heel anders gaan doen. En dan kreeg ze toevallig altijd weer iets anders in haar schoot geworpen. Ging ze dat doen. Prima toch? Zo kwam het dat ze nu manager is geworden.

Nu is ze hoofdzakelijk moe en de energie is aan het opraken. Ze heeft het gevoel dat er voortdurend op haar wordt gelet en dat ze onder hoogspanning staat. Ze wil zo graag en het lukt maar niet, zegt ze.

Ik vraag haar wat dat zo graag willen inhoudt. “Dat ik bewijs dat ik het wel kan”, zegt ze. “Komt dat gevoel ook echt van jou of komt dit uit je opvoeding?”, vraag ik haar. “Voor wie wil jij je bewijzen?”

Ze vertelt me over haar jonge jaren. Opgroeiend in een gezin waar weinig complimenten werden gegeven. Waar hard werken vooral het motto was. En waar haar broers inmiddels allebei een verantwoordelijke leidinggevende baan hebben. Dan kan zij toch niet achterblijven?

Om te kunnen loslaten heb je eerst te ontdekken wat je eigenlijk vasthoudt.

Als je jong bent, leer je met welk gedrag je aandacht krijgt. En welk gedrag er voor zorgt dat de ander boos wordt of teleurgesteld is. Waardoor je denkt: “Dus als ik dit doe dan houden ze wel van me. Vinden ze me wel leuk”. Dus laat je dat gedrag steeds vaker zien en het andere stop je weg.

Je hebt bijvoorbeeld geleerd dat je door hard werken succesvol wordt. Niet piepen of klagen, doorgaan. Hulp vragen is in feite erkennen dat je hebt gefaald. Dus dat doe je niet. En ga je maar door, ook al is het al lang niet meer je eigen pad maar dat van een ander.

Wil je verandering dan is het belangrijk om ten diepste te voelen waarom je anders wilt.

Daar komt weinig ratio aan te pas. Vaak voel je al lang welke keuzes je moet maken. Maar ja, vervolgens ga je met je hoofd bedenken waarom dat nu op dit moment allemaal niet mogelijk is. Je gaat twijfelen en er verandert uiteindelijk niks.
Je eigen keuzes maken en richting bepalen is niet gemakkelijk. Je hebt moed en doorzettingsvermogen nodig. Je moet op jezelf durven reflecteren. Maar bovenal: je moet de consequenties van je zelfreflectie durven te dragen.

Want pas dan begint je ontwikkeling. Je wordt je bewust van bepaalde patronen in je leven. Inzichten die je beslisruimte vergroten en die er voor zorgen dat je steeds meer je verantwoordelijkheid durft te nemen.

Ik ben ervan overtuigd dat we ook op het werk behoefte hebben aan leiders die zichzelf durven zijn. Die zeggen wat ze wel en niet kunnen. Die willen leren van anderen en van zichzelf. Die van dienst willen zijn en die niet bang zijn voor hun kwetsbaarheid. Die zichzelf niet groter of kleiner maken dan de ander.

Door inzicht te krijgen in de verschillende kanten van haar persoonlijkheid leerde deze coachee dat er altijd wat te kiezen is. Dat minder hard werken niet betekent dat je geen succes zult hebben. Dat hulp vragen geen teken van zwakte is. En dat het nu eenmaal een feit is dat iedereen opgroeit in een omgeving waarin tegenstellingen in onze persoonlijkheid zich op bepaalde manieren ontwikkelen. Maar dat ze zelf de keuze heeft wat ze er mee doet.

Tijdens onze laatste afspraak hebben we het over het feit dat ze dacht dat ze op zoek moest naar een andere baan omdat haar leidinggevende vond dat ze coaching nodig had. “Weet je nog dat je vond dat je leidinggevende hiermee liet zien dat ze geen vertrouwen in je heeft?”, vroeg ik haar. “Ik denk eerder dat het tegenovergestelde geldt. Juist omdat ze zo’n vertrouwen in jouw functioneren heeft, gunt ze jou deze groei en ontwikkeling.”

Hartelijke groet,
Gerry de Valk