Ik heb 4 pubers. Mij maak je niks wijs.

Geschreven door Gerry de Valk
Gepubliceerd op 29 januari, 2017

 

Thuis leef ik onder één dak met man en 4 (lees: vier) pubers. Die pubers zijn respectievelijk 18, 17, 15 en 13 (bijna 14) jaren jong. Samen met mijn betere helft doe ik pogingen om… ja, om wat eigenlijk?

In mijn werkzame leven hou ik me voornamelijk bezig met behandelaren. Medici, paramedici, therapeuten…kortom: (behandel)professionals. Waar je geen leiding aan zou moeten geven. Toch doe ik soms een poging. Of ik coach ze. Of geef ze trainingen. 

Vaak voelt het bij zowel pubers als professionals alsof ze een soort gedoogbeleid toepassen. Je bent er nu eenmaal, dus soit –  maar val ons niet teveel lastig. Alleen als er iets is wat we heul graag willen, dan kom ik in beeld. En als er iets niet loopt zoals gedacht, dan ben ik een dankbare pispaal.

Kortom, of ik nu thuis ben of aan het werk – ik leef in een soort parallel universum. Puber of professional, ze beginnen beiden met een P. Ze zijn beiden stronteigenwijs, weten altijd alles beter en hebben altijd gelijk.

En ze zijn onwijs interessant, grappig en inspirerend.

“Nee, doe ik niet. Daarom niet. Gewoon, geen zin in”.

Of we bij de mentor willen komen. Wat nu weer? Jongste, 13 (ja, ja, bijna 14) was tijdens wiskunde maar een spelletje op de laptop gaan doen. “Ja nou mam, kan ik er wat aan doen? Die leraar geeft ook zo waardeloos les. Ik had gewoon geen zin meer om naar dat geleuter te luisteren”.

Had ik in mijn tijd tijdens wiskunde maar een laptop met spelletjes er op gehad. Maar ja, dat kan ik natuurlijk niet hardop zeggen. Dus knikken we inlevend tijdens het gesprek met de mentor en beloven we beterschap.

Ik zie het professionals ook vaak genoeg doen. Als het verhaal van de baas riekt naar lulkoekbingo dan zie je ze ter plekke afhaken. Afreizend naar mooie oorden, in gedachten allang weer lekker aan het behandelen – what ever. Lopen vriendelijk ja knikkend uit de vergadering om vervolgens volstrekt het tegenovergestelde te doen.

“Jullie doen dit om mij dwars te zitten hè?”

Pubers zijn complotdenkers pur sang. Het fijne is namelijk dat je dan anderen de schuld kunt geven. Van wat? Tja, van wat niet? Pubers geven per definitie de ander de schuld. Zo ben ik vaak de gebeten hond als die favoriete broek/trui/shirt nog in de wasmand zit (als het daar al in zit, veel vaker ligt het nog ergens op de slaapkamer).

In mijn werkzame leven is het niet veel anders. Professionele en bedrijfsmatige autonomie worden vaak verward. Die vermaledijde manager of verzekeraar die wil dat jij eindeloos lijstjes afvinkt. En dat doen ze alleen maar om jou als professional dwars te zitten. Dat een gezonde praktijkvoering belangrijk is om je werk goed te kunnen blijven doen,  ja dûh het zal allemaal wel.

“Oh, ik dacht dat ik nog tijd genoeg had”

“Hebben we nog ergens een woordenboek Duits – Nederlands liggen?” Op zich een normale vraag zou je zeggen. Is ook zo. Alleen, niet als je op dat moment eigenlijk al bijna op school had moeten zijn om die toets Duits te maken. Onze tweede is er een echte baas in. Hij kan heus wel plannen maar hij kan zich er niet aan houden.

Ik coach regelmatig behandelaren die helemaal dreigen te verzuipen in hun werk. Die gerust meer dan 2500 mailtjes ongelezen in hun mailbox hebben. Die het onwijs moeilijk vinden om structuur te houden en om prioriteiten te stellen. Die denken dat ze nog tijd genoeg hebben tijdens het visite lopen en vervolgens daardoor tot ’s avonds laat patiëntendossiers moeten bijwerken.

“Laat me toch”

Hangen. Op de bank. In de stoel. Op de grond. Altijd en overal zie ik pubers in horizontale positie ergens in ons huis opdoemen. De mannelijke exemplaren bij voorkeur met één hand in de broek. Ik mag me er niet mee bemoeien, want dat hangen is een Buitengewoon Belangrijke Bezigheid weet ik inmiddels.

Werken met behandelprofessionals betekent het subtiele spel van geven en nemen beheersen. Van controleren en loslaten. Van afstand houden versus verleiden om. Dienend leiderschap graag. En anders: bemoei je er niet mee.

“Als iemand in de sloot springt, spring jij er zeker achteraan?”

Pubers en hun peergroup. Als ouder bungel je er vaak een beetje bij. Eindeloze sessies via Whatsapp,  snapchat, Insta en skypen tot diep in de nacht. Ze communiceren zich tien slagen in de rondte. Naar ons lijken ze steeds zwijgzamer te worden.

Als leidinggevende van behandelprofessionals heb ik al lang geleden geleerd dat ik nooit de invloed van de groep moet onderschatten. Het vormt een enorm krachtenveld die positief maar ook negatief kan uitpakken. Tijdens de coachingsessies is de samenwerking in het team vaak een belangrijk thema. Iemand heeft ambitie maar is tegelijkertijd ook bang om dan niet meer bij de groep te horen.

Ik hoor het mijn puberdochter vaak genoeg zeggen: “nee hoor, dat ga ik ècht niet doen. Straks vinden ze me hartstikke raar”.

Die pubers zijn zo vaak mijn spiegel. Hoe graag ik het ook zou willen ontkennen, maar het maakt veel uit hoe ik als ouder met mijn pubers omga. Wil ik als ouder gerespecteerd worden dan zal ik hen ook respect moeten tonen. Wil ik dat ze naar mijn adviezen luisteren, dan zal ik ook moeten luisteren naar wat er in hen omgaat. Zijn ze lastig, dan kan ik beter eerst beginnen met kritisch naar mezelf kijken. In mijn werkzame leven is dit niet anders.

Toen ik laatst uit bed ging omdat de plicht riep, kwam ik onze oudste tegen in de keuken. “Goh, jij bent vroeg op” zei ik enigszins naïef. Hij bleek net thuis te zijn na een avond stappen.

Hoe zat het ook al weer met regels stellen? Ik ben het even kwijt.

Gerry de Valk