Zilverpapier op de kerkbank krassen (en frustratie nr. 1 over werken in de zorg)

Geschreven door: Gerry de Valk
Gepubliceerd op: 9 sep 2020

Iedere zondagochtend werden mijn broers, zus en ik door mijn vader uit bed gerammeld. Doordeweeks deed mijn moeder dat altijd. Maar niet op zondag, want dan moesten we ter kerke en maakte mijn vader ons wakker.

In ons geval gingen we naar de Gereformeerde Kerk, een een kerkgebouw met weinig sfeer, harde kerkbanken en veel sociale controle (‘Vrouw Jansen was d’r ok nie, da’s niks veur heur’).

Ik was de jongste van het gezin. Mijn broers en zus waren vaak de avond ervoor wezen stappen, dus die zochten een plek (als het even kon op het balkon) waar het niet in de gaten liep als je nog even wat slaap wilde inhalen.

Die vlieger ging voor mij niet op, ik zat tussen mijn vader en moeder in. Of alleen naast mijn moeder in de periodes dat mijn vader ouderling was.

De dienst duurde in mijn beleving eindeloos. Zie als lagere school meisje maar eens een dik uur lang stil te zitten. Zat ik teveel te draaien? Por in de zij. Te weinig meezingen? Dan ging mijn moeder overdreven meezingen als hint dat ik toch vooral mee moest zingen.

Net voor de preek ging de rol King pepermunt rond. Van het zilverpapier wat in zo’n rolletje zit ging ik vaak figuurtjes op de kerkbank krassen. Kon je toch weer een aantal minuten wegtikken.

Ook leerde ik alvast de psalm die we altijd op maandagochtend op school uit ons hoofd moesten declameren.

Iedere week opnieuw hetzelfde ritueel. Liedjes, preek, liedjes, collectebus, koffie.

Elke week opnieuw in hetzelfde trage tempo. Bovendien blonk de gereformeerde setting ook niet uit in gezelligheid (mijn echtgenoot is van de katholieke leer, korte preken en de kroeg na afloop. Da’s toch andere koek).

Alles was erop gericht om netjes in het gareel te blijven en de regels te volgen. Het bood mensen zekerheid en houvast. Vaste rituelen die zorgen voor onderlinge verbinding.

Maar tegelijkertijd was er weinig ruimte voor een eigen mening. Ik herinner me nog altijd dat één van de jongeren halverwege de preek de kerk uitliep. Hij was het er niet mee eens. Iedereen sprak er schande van. Dit soort eigengereid gedrag werd niet op prijs gesteld. Ik vond het vooral stoer.

Wat heeft dit te maken met werken in de zorg, denk je misschien?

Afgelopen week vroeg ik de lezers van mijn nieuwsbrief wat hun grootste frustratie is als het gaat om werken in de zorg. Dat heb ik geweten! Mijn mailbox stroomde over van de reacties, ik werd er stil van. Daarom deze week iedere dag een blog van mij waarin ik de frustraties bespreek. Uiteraard anoniem.

By far op nummer 1: het gereformeerde gehalte in zorgorganisaties. Wat zich uit in de enorme drang tot controle en de gevolgen daarvan. Het leidt tot papierbergen, besluiteloosheid en het gevoel hebben dat jouw mening er niet toe doet. Vooral zenden vanaf de kansel en niet luisteren. Steeds hetzelfde liedje horen. Dodelijk voor een sector die het vooral moet hebben van de medewerkers die er werken.

Wat is er nog een brug te slaan als het gaat om je écht verdiepen in wat medewerkers willen. Wat ze nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen. Om ook daadwerkelijk iets te doen met die inzichten.

Wat doe jij, of jouw organisatie, om je echt te verdiepen in je medewerkers? Leuk als je me dat even laat weten, je kunt gewoon een mailtje sturen naar gerry@gerrydevalk.nl!

Morgen horen jullie van mij wat hommels achter het keukenraam te maken hebben met een andere frustratie als het gaat om werken in de zorg.

Hartelijke groet,
Gerry

Lees in deze serie ook de andere frustraties over werken in de zorg:
Frustratie nr 2: De hommel achter het keukenraam
Frustratie nr. 3: Schakel je nu pas naar de zes?
Frustratie nr 4: Kun je me uitleggen hoe ik de Nachtwacht moet schilderen?

Frustratie nummer 1: het gereformeerde gehalte in zorgorganisaties. Wat zich uit tot een enorme drang naar controle. Vooral zenden vanaf de kansel en niet luisteren. Steeds hetzelfde liedje horen. Dodelijk voor de sector.