Wie krijgt de meeste knuffels?

Geschreven door Gerry de Valk
Gepubliceerd op 4 september, 2020

In zijn boek ‘De wet van Snuf’ vertelt Jos Burgers een verhaal over zijn hond Snuf.

Ken je hem? Jos spreekt en schrijft over strategie, marketing en klantgerichtheid. Hij heeft humor, een praktische benadering en gooit altijd veel herkenbare anekdotes in zijn presentaties en boeken.

Jos is getrouwd met Julia. Snuf de enige andere huisgenoot.

Tijdens zijn presentaties stelt Jos Burgers regelmatig de vraag wie van de twee, Julia of Snuf, altijd vrolijk is als hij thuiskomt. Dat levert natuurlijk een hoop hilariteit op in de zaal en dat het antwoord waarschijnlijk Snuf zal zijn.

Daarop vertelt Jos dat Julia ook regelmatig blij is als hij thuiskomt, maar Snuf is altijd blij. Hij heeft nooit een baaldag. Dat is overigens ook zo als Julia thuiskomt, dan is Snuf ook laaiend enthousiast. Maar Snuf is ook blij en vrolijk als Jos later thuiskomt dan afgesproken. Zelfs als hij niet even heeft laten weten dat het later wordt.

Vervolgens stelt Jos Burgers een tweede vraag aan zijn publiek: ‘Wie van de twee wordt de hele dag door geknuffeld, Julia of Snuf?’ Het antwoord is duidelijk. Waarna de laatste vraag wordt gesteld: ‘Is er volgens het publiek ook een verband tussen het feit dat Snuf altijd vrolijk is en hij de hele dag door wordt geknuffeld?’

Met dit voor iedereen herkenbare voorbeeld laat Jos Burgers zien hoe de Wet van Snuf werkt. De Wet van Snuf gaat uit van het principe van wederkerigheid. Wat je geeft, krijg je terug.

Het principe van wederkerigheid is de wet van geven en nemen. We bewijzen iemand een dienst en die ander is vervolgens graag tot een wederdienst bereid. Want, als je iets krijgt heb je het gevoel dat je iets terug moet doen. We zijn anderen liever niks schuldig. Mensen houden niet van mentale schulden, dus die wil je zo snel mogelijk vereffenen.

Mensen zijn graag tot een wederdienst bereid. Want we zijn mensen liever niets schuldig, mensen houden niet van mentale schulden. Die wil je zo snel mogelijkheid vereffenen.

Het pleidooi van Jos Burgers is om het principe van wederkerigheid en dus de Wet van Snuf toe te passen in je contact met klanten. In het boek beschrijft hij vele voorbeelden hoe je dat kunt doen.

Maar de Wet van Snuf kun je natuurlijk net zo goed toepassen in het contact met je medewerkers. Want je kent mijn motto: als je tevreden medewerkers hebt, dan heb je ook tevreden klanten.

De Wet van Snuf kun je natuurlijk net zo goed toepassen in je contact met je medewerkers.

Zie je mogelijkheden om je medewerkers ongevraagd en op een onverwachte manier te helpen? En dan bedoel ik niet alleen maar de ondersteuning geven die medewerkers vanzelfsprekend vinden. Als je onverwacht iets extra’s doet, dan verstoor je het evenwicht in de relatie. Op een positieve manier.

Een medewerker wil dan graag iets terugdoen.

Om dat te kunnen, moet je die medewerker wel goed kennen. Om te geven, moet je jezelf kunnen verplaatsen in die ander. In zijn of haar schoenen gaan staan.

Wat zijn de momenten waarop je net iets meer kunt doen dan die medewerker verwacht?

Wat zijn de momenten waarop je net iets meer kunt doen dan die medewerker verwacht? En doe het dan ook hè? Denk niet, als ik iets extra’s voor hem doe dan willen de anderen dat ook. Hou op met dat afgemeten denken en ga ervoor. Besluit om gewoon te genieten van wat je geeft.

Jos Burgers citeert in zijn boek een uitspraak van auteur Mark Ortman: ‘Vriendelijkheid is moeilijk weg te geven. Ze wordt bijna altijd teruggegeven’.

Vriendelijkheid is moeilijk weg te geven. Ze wordt bijna altijd teruggegeven.

Lijkt me een mooie gedachte om mee af te sluiten.

Hartelijke groet,
Gerry

Geloof jij in de Wet van Snuf? Wil jij graag iets extra’s doen voor jouw medewerkers maar loop je vast in hoe je dat het beste kunt aanpakken? Stuur me dan even een mailtje, dan plannen we een telefonische afspraak en kijken we samen wat jij zou kunnen doen voor je medewerkers.

Gunnen begint immers met geven?